Terug naar Startpagina
Groninger Gezinsbode, 12 november 2003. 'Groningse son'
op Latin Dance Night

'Het is allemaal van ach en wee en één en al ellende', door
Herman Sandman

Harry Niehof is Groninger. En muzikant. Maar muziek maken in het
Gronings was 'sloom'. Beroemd en rijk wilde hij worden, net als al
die Amerikaanse en Engelse helden. Dat van beroemd en rijk is
niet helemaal gelukt en zie daar, het Gronings blijkt mee te vallen.
Past zelfs heel goed bij Cubaanse son. Met Los Bomberos speelt
Niehof zaterdag op de tiende Latin Dance Night dus boerenmuziek
uit Midden-Amerika. In zijn moerstaal.
Die combinatie is minder vreemd dan het lijkt. 'Buena Vista Social
Club wordt als salonfähig omarmd. Maar als je goed luistert gaat
het gewoon over boeren die hart werken. Het is allemaal ach en
wee en een en al ellende. Ja, het Gronings leent zich daar goed
voor. Vertalen gaat gemakkelijk. Het gebeurt wel eens dat
mensen het eerst niet door hebben. 'Hé', gaat het dan, 'dat is ja
Gronings'. Nee, niet iedereen verstaat het, maar ook niet
iedereen verstaat Spaans.

Kenailkleurig

Het begon ooit als een grap. Met een liedje over een meisje met
een kaneelkleurige huid. Dat werd 'Kenailkleurig vel'. 'Of het goed
geschreven is, weet ik niet. Hoe je het spelt, zal me eerlijk
gezegd worst wezen. Stait nait in Siemon Reker, zegt Henk
Scholte dan. Maar dat boekje heb ik niet. Misschien koop ik het
als ik groot ben. Nee, ik praat ook niet met een Gronings accent.
Daar heb ik voor doorgeleerd.'
Los Bomberos speelt twee sessies op de jubileumeditie van de
Latin Dance Night. Eerst drie kwartier zonder Niehof en later een
sessie met. Op het programma staan bekende Cubaanse liedjes.
Hij stond nog niet eerder op de Latin Dance Night. Nee, want
singer/songwriter Harry Niehof is van origine rhythm & blues en
niet echt van plan die scene los te laten. Zijn rol bij de Groningse
band is die van gelegenheidszanger. Immers, die formatie
beschikt over uitstekende gitaristen. 'Ja, ze hebben ook een
uitstekende zanger, maar die vind dit niet erg.'
Ondanks de goede samenwerking met Los Bomberos blijft het bij
dit soort uitstapjes.
'Met al die bandshit heb ik dus niks te maken. Zo blijven we
vrienden. Er is nog een reden om me niet verder in de son te
verdiepen. Voor een gitarist is er eigenlijk niet zoveel eer te
behalen, terwijl ik gewend ben om mijn eigen orkest te zijn: bas,
slag en solo. Ja, het is wel mooie muziek. We kunnen nu drie
kwartier vullen, misschien nog één nummer erbij en dan gaan we
een cd maken. Die zal ergens in januari of februari verschijnen.
Het zijn teksten met humor. Ondanks de ellende wordt er
gelachen.'
Zijn laatste band, Superfly, hield twee jaar geleden op te
bestaan. Het alleen zijn bevalt, al blijven er hier en daar
projecten. 'Het alleen zijn heb ik ook nodig om liedjes te schrijven
en leuke dingen te doen. Misschien komt er ooit weer een groep.
Alleen is ook wel wat alleen.'
Met de eigen muziek gaat de stijl eveneens meer en meer richting
Gronings. Het besef dat een componist zich het beste kan
verwoorden in zijn moerstaal kwam een jaar of vijf geleden bij het
luisteren naar Joni Mitchell. Die zong van: Late last night I heard
the screen door slam / and a big yellow taxi took away my old
man / Don't it always seem to go that you don't know what
you've got till it's gone.
'Toen werd ik mij bewust dat dit zo specifiek Amerikaans was, dat
ik dat nooit zo had kunnen verwoorden. Dit soort sferen heb je
alleen in je eigen taal. Dicht bij jezelf, ja, toch wel. Altijd dacht ik
dat Gronings een slome taal was, alleen voor oude lullen. Je moet
waarschijnlijk 49 worden om te ontdekken dat dat niet zo is.